te zwaar werk moeten opgeven: de kleine begraafplaats vertelde ervan.
Toen de bode na een paar dagen terug kwam, had hij maar een klein deel van de verlangde medicijnen kunnen krijgen, maar voor Joseph betekende het al zó’n verruiming van zijn materiaal, dat hij er kinderlijk blij mee was. Terloops vroeg hij, of de brief gepost was, en het antwoord: „Jawel, maar dat zegt nog niet veel,” getuigde van zó veel ervaring, dat zijn hart samenkromp om Dina, die zonder bericht bleef. Hij had waarachtig wel alles ingezet, toen hij zich aan de proefmaand onderwierp: zijn vrouw had hij ingezet, en ze wist het niet.
Toen er twee weken voorbij waren gegaan en hij al zó zeer deel had aan de gemeenschap, dat hij noch de anderen aan het slagen van de proef twijfelde, ondernam één van de makkers, in opdracht van de vergadering der leden, de zware reis naar Jeruzalem. Joseph hoorde er pas een uur vóór zijn vertrek van, omdat hij nog niet het recht had, aan de vergaderingen deel te nemen. Hij hoorde het, terwijl hij een koe aan ’t melken was, en de koe trapte bijna de melkemmer om van de plotselinge ruk, die ze aan haar uier voelde.
„Dat had Gid’on me wel kunnen zeggen!” stoof hij op, in sneller Hebreeuws dan hij tot nu toe gesproken had.
De andere melker haalde de schouders op.
143