rekent naar het eind van de maand, naar je vrouw en kinderen, zo lang ben je niet hier. Je moet alles inzetten; dat hebben wij ook gedaan.”
Iets in hem verzette zich nog: ^ij konden alles inzetten, omdat ze alles hier hadden. Ze hadden niets achtergelaten. Ze hadden meest hier hun vrouwen gevonden, en kinderen waren er maar een paar: baby’s, die hier geboren waren, en die ze veilig hier wisten, ook als ze terwille van de gemeenschap van huis werden gestuurd. Maar toen vroeg hij zich af, tegen wie hij zich verzette: tegen zijn eigen besluit om zichzelf en zijn gezin hierheen over te planten.
„Goed. Ik zal alles inzetten,” zei hij kort.
Hij zette alles in. De volgende morgen zat hij achter een kleine oriëntaalse koe, die niet heel veel melk gaf en van wie hij zich voorstelde, dat haar verdere nakomelingschap Hollands bloed in de aderen moest hebben om Hollandse melk te kunnen geven. En de volgende avond hield hij zijn eerste spreekuur, wegwijs gemaakt in de primitieve hulpmiddelen door de jonge vrouw, die tot nu toe naar haar beste weten de allernodigste hulp had gegeven. Maar na het spreekuur zat hij in een hoek van de roezemoezige eetzaal, omdat hij in zijn tent, die hij met een ander deelde, niet schrijven kon, en schreef de brief aan Dina, die misschien wel in de loop van de week mee naar de dichtstbijzijnde stad zou worden genomen, maar waarvan het niet zeker was of hij aan zou komen. 140