De koopbrief

Titel
De koopbrief

Jaar
1953

Druk
1960

Overig
2ed

Pagina's
216



„Een maand is wel het minste,” zei hij, wat geraakt.

„Mijn vrouw heb ik alleen met de kinderen achtergelaten.”

„We moeten hier vaker de onzen achterlaten, als de gemeenschap ons opeist.”

Hij verwerkte het moeizaam. Dina’s aandeel in het offer, dat gebracht moest worden, was te groot en te passief.

„Kan ik haar schrijven?”

„Er gaat wel af en toe één van ons naar de dichtstbijzijnde stad; die kan een brief posten, - maar het is niet zeker of die aankomt. Misschien reist er wel iemand over een week of wat naar Jeruzalem; die zou je een brief mee kunnen geven, en die zou misschien antwoord van je vrouw kunnen brengen.”

De gedachte aan een direct contact, met antwoord van Dina, troostte hem een beetje. Het drong niet tot hem door, dat „over een week of wat” nogal vaag was, en dat, eer de overbrenger van het antwoord de lange terugreis zou hebben volbracht, zijn proef-maand al om zou zijn.

Gid’on stond hem aandachtig aan te kijken. Met een gebaar alsof hij de oudere was, - en in deze gemeenschap was hij inderdaad de oudere, - raakte hij Josephs schouder aan en zei ernstig:

„Luister. Als je wilt slagen in deze proefmaand, moet je al het andere vergeten. Zo lang je alleen maar

J39

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.