bische stoffen-straatje had gekocht, betaalde ze met wat bijna het laatste geld leek te zijn. Ze had haast; die haast dreef haar handen voort. Na veel te korte nachten stond ze ’s morgens bleek en uitgeput op en aanvaardde haar nieuwe dag, haar volle dag, die toch nog tijd liet voor angstbeelden.
De eerste regen viel, - de eerste regen, die ze in dit land zag vallen. Op de één of andere manier was er iets hoopvols in die regen, - misschien omdat het een nieuwe periode inluidde, een periode, die Joseph mogelijk naar haar toe zou brengen. Er was een kort ogenblik minder stof in de wereld; er werd iets schoongewassen, dat met een troosteloze laag bedekt was geweest. Er was misschien toch ergens een toekomst.
Maar het geloof in een toekomst ontzonk haar helemaal, toen Chaia, met haar zwakke weerstand, begon te hoesten en hoge koorts kreeg. De kinderen waren wel eens eerder ziek geweest, maar nog nooit zonder Joseph. De aanwezigheid van de vader-arts had Dina onzelfstandig gemaakt, waar het ziekte betrof. Aan de mogelijkheid van ziekte hadden zij noch Joseph gedacht, toen ze van elkaar afscheid namen.
Er waren oude buurvrouwen, die raad gaven en die met zekerheid verwachtten, dat hun raad zou worden toegepast. Dina was te veel door Joseph geschoold, om ook maar iets van die raad op te kunnen 114