door de directe zorgen, waar ze nu alleen voor stond, om een werkelijk gegronde angst tot zich te laten doordringen om de tocht door het woeste land met zijn moerassen, zijn eenzame wegen - of geen wegen -zijn roverbenden en zijn grillige Turkse overheid, die de inwoners naar eigen believen kon straffen en vasthouden, zonder dat ze een gerecht hadden om zich op te beroepen. Ze zou het alles overlaten, had ze hem bij het afscheid beloofd, en ze had het eerlijk gemeend op dat ogenblik.
Chaia, zo klein als ze was, vroeg in het begin iedere avond naar vader; ze wilde niet gaan slapen zonder hem bij haar bedje te hebben gezien. Als ze tenslotte toch van moeheid in slaap viel, was Dina ook zó moe, dat ze tegelijk met de kinderen ging slapen, niet in staat om bij het zwakke licht van de koperen lamp nog verstelwerk te doen. Haar bed schoof ze dicht bij de kinderbedjes, in de overdag door een gordijn van de kamer afgeschutte uithoek, en eer ze de lamp uitblies, keek ze nog even naar de beide slapende kindergezichten: Michaël, met zijn ontspannen en toch besliste mondje, met zijn ruige, bruine haar, met zijn brede voorhoofd naast de gesloten kleine vuist, -Chaia, de blonde krulletjes verward om het witte gezichtje, waar lange, donkere wimpers een schaduw wierpen op de gave, te smalle wangen. Het was goed, dat ze de kinderen had, was iedere avond haar laatste gedachte eer het donker werd in de kamer
in