lijk weg moest worden gesmeten, - als Joseph zijn werk deed in een omgeving van hopeloze vuilheid en vergeefs vocht tegen bijgeloof, armoede en fatalisme, - dan wisten ze niet meer, waarom het eigenlijk begonnen was. Maar als de nacht zich genadig neerlegde over huizen en muren en rotsen, en de stenen, in de koele avond, hun voorraad hitte hadden afgegeven, - als ze zich een ogenblik van de slapende kinderen weg waagden om het wonder van de hoge stad boven de grillige dalen te ondergaan, dan wisten ze plotseling weer, dat dit Jeruzalem was. Dan waren ze klein tegen de grootheid van de stad en zijn tragiek en groot door de hoogheid van hun uitzichtplek boven de diepe, bewogen dalen, en ze wisten, dat de veiligheid, die ze hadden opgegeven, steriel en zonder beweging was geweest tegen de dynamische machten, waardoor ze hier werden opgetild. Dan hadden ze vrede met de daad, die ze hadden gedaan, -voor een ogenblik tenminste.
De taal, die om hen heen werd gesproken, was Jiddish. De eerste dagen had de taal Joseph herinnerd aan de blinde Derkovsky, die hij vóór zijn vertrek had gezocht en niet meer in Nederland gevonden: ze waren al eerder naar Palestina vertrokken, hij en zijn gezin. Er was veel ooglijden in de oude stad, en als hij een blinde zag, die Jiddish sprak, zocht hij, onbewust, of het de man ook was, die hem uiteindelijk hierheen had gestuurd. Hij vond hem niet.
105