slapen, om patiënten te ontvangen, om gasten te herbergen, een kelder om voorraad en resten te bewaren, een zolder om overbodige dingen voor later op te slaan, een tuin om groente, bloemen en vruchten te kweken en te oogsten en om schaduw te vinden onder diepgewortelde bomen, - dat alles leek hier een onbereikbare weelde, die soms alleen maar gedroomd scheen te zijn.
Jeruzalem. Het was het eerste doel geweest, na het afscheid, na het uittrekken van wortels, na de eindeloze, afmattende reis, die ondoorkomelijk leek van ziekte en benauwenis. Jeruzalem, - als ze ooit hadden geloofd in heimwee naar een nooit geziene plek, dan was het tegen het eind van de reis. Jeruzalem: de klank had hun moed gegeven in ogenblikken, dat ze hun moed zo bitter nodig hadden; dezelfde klank, die moed had gegeven aan vele geslachten van verbannen Joden, wier enige huis het was: een ontastbaar, onzichtbaar huis in een tastbare, zichtbare wereld van haat en vervolging.
In de beslommeringen van iedere dag vergaten ze meestal, dat ze hun droom hadden verwezenlijkt: als de kinderen de felle zon en de smerige vliegen moesten ontvluchten in de betrekkelijke koelte van het stenen huis en daardoor er bleek en armetierig gingen uitzien, - als Dina, samen met Joseph, water moest aanslepen eer ze met het eigenlijke koken kon beginnen en als iedere rest van de vorige dag onherroepe-104