Van twee Joodsche vragertjes

Titel
Van twee Joodsche vragertjes

Jaar
1918

Druk
1979

Pagina's
115



81

Toen was er iets leelijks gebeurd. En dat wist niemand, — Moeder ook niet.

Ze had gejokt. Tegen een meisje op school had ze gejokt. En ’t was heelemaal niet noodig geweest.

Maar dat meisje had ook zoo opgeschept met thuis. Ze had gezegd, dat bij hun thuis alles zoo mooi was. Nou, bij Eva thuis ook.

״Maar bij ons in de huiskamer,” had het meisje gezegd, ״daar ligt zóón mooi kleed op den grond."

״Bij ons ook,” had Eva gezegd. En dat was waar.

״En er staan twee zulke mooie leunstoelen."

״Nou, bij ons ook.” Dat was ook waar.

״En zóó ,n mooie piano.”

״O, — bij ons ook.” En dat was niet waar.

Waarom had ze dat gezegd?

Ze vond het zoo gek, dat zij geen piano hadden. En nu ze ,t eenmaal gezegd had, kon ze niet meer zeggen, dat het niet zoo was.

Daar moest ze nu aan denken, nu ze haar rousj-hasjono-brief ging schrijven.

Wat moest ze schrijven?

Dat ze het volgende jaar heel zoet zou zijn?

6





Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.