80
20. ROUSJ HASJONO.
De zomer was nu eigenlijk wel voorbij. Eerst waren er drie weken geweest, dat ze heelemaal geen uitstapjes met Vader en Moeder gingen maken Dat waren de drie weken tusschen 17 Tammoez en 9 Aav. Dat was vroeger, in ons eigen land, zoo’n treurige tijd geweest, en daarom maakten ze nu ook in dien tijd geen pret.
Maar toen tisjngo-beaav voorbij was, — toen begon pas de heerlijke tijd. Vacantie! Allemaal uitstapjes met Vader en Moeder! Heerlijk!
Nu was alles voorbij. En nu kwamen de feest-dagen.
Eva had voor Vader en Moeder een mooi plaatje gekocht. Want ze had gehoord, dat andere kinderen dat ook wel eens deden als het rousj-hasjono werd, en dat ze er dan een briefje op schreven.
Ze zat stilletjes, in een hoekje van de slaap-kamer, te bedenken wat ze schrijven zou.
En ze dacht aan het jaar, dat afgeloopen was. Was ze zoet geweest in dat jaar? Héélemaal zoet?
Ze had wel haar best gedaan.
Maar opeens moest ze denken aan gisteren.