Toen scheen de maan alweer. En die scheen net op hun twee bedjes.
Moeder stond zachtjes op. Bij de deur keek ze nog eens om.
Net of de maan lachte. Net of ze zei: ״Jullie weet toch wel, dat God voor je zorgt. Jullie moet niet bang zijn.”
Eva en Jaap sliepen rustig door. Want God zorgde voor hen. En Moeder ook.