78
״En voor je boterham?”
״Wat ben je knap!” zei Moeder. En over appelen? ״Weet ik niet,” zei Jaap.
״Ik wel,” zei Eva.
:ברוך אתה יי אלהינו מלך העולם בורא 9רי העץ
״En over aardbeien?”
:ברוך אתה יי אלהינו מלך העולם בורא פרי האדמה
t ־־ד: T : *• t T »7 17 r* 7: ד■ : T ד י ־־•
En ik weet nog een. Als je de koningin ziet:
?חך או^ה יי אלהינו 5לך העולם שנס; ס5ב1רו י55קר
,ןךם:
״Best. En wat zeg je, als je een nachtkus krijgt?”
״Ik weet het!” lachte Eva, en ze was het heele onweer vergeten. ״Dan zeg je: nacht moeder.”
״Jij bent me veel te knap. — Nu krijgen jullie allebei een nachtkus, en dan gaan slapen.”
Het onweer had opgehouden. Moeder bleef nog een poosje bij ze zitten, tot ze sliepen.