74
In 't midden dat hooge ding, waarop menschen stonden, en dan die mooie, met bloemen versierde kast, waar de touro uit werd gehaald. En die
gazzen, die zoo mooi zong. En al die menschen, — o, al die menschen!
En toen gebeurde er iets vreeselijk heerlijks: Jaap mocht op dat hooge ding komen en de touro helpen vasthouden! De touro, die mooie touro, met zilveren torentjes en zilveren bel-letjes, die zacht klingelden! Jaap mocht de touro vast-houden!
Hij zuchtte heel diep, toen het klaar was. Want het vasthouden was erg moeilijk geweest.
En toen hij weer op straat was met Vader, vroeg hij: ״Vader, ben ik nou groot?"
״Ja," zei Vader, ״iemand, die de touro vast houdt, is groot.”
En als Vader het zei, was het zoo.