Van twee Joodsche vragertjes

Titel
Van twee Joodsche vragertjes

Jaar
1918

Druk
1979

Pagina's
115



98

24. ״ALS IK GROOT BEN.”

Vader en Moeder en Jaap en Eva zaten aan tafel.

Jaap at met groote happen zijn boterham op.

״Nou lust ik niet meer,” zei hij, toen hij er één op had. En anders at hij er altijd drie, zulke dikke.

Moeder wist wel, waarom hij niet meer lustte: hij was straks bezig geweest met zijn bouwdoos, en nu verlangde hij zóó erg terug naar den toren, waaraan hij bezig was, dat hij niet langer boter-hammen wou eten.

״Goed,” zei Moeder. ״Je hoeft niet meer te eten. Maar dan kun je ook niet groot worden.”

״Ik wil niet groot worden,” zei Jaap.

״Wil jij niet groot worden?” zei Vader. ״En toen je de touro mocht vasthouden, was je zoo blij, dat je groot werd!”

Jaap dacht even na.

Toen hapte hij maar in zijn tweede boterham.

״Als ik groot ben, mag ik dan altijd de touro vasthouden ?”

״Wel eens een keertje.”





Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.