92
״En weet je ook nog van verleden jaar, wat je zei, als je in de Soeko wat opat?”
Eva dacht een poosje na.
״Ik geloof— o ja:
ברוך אתה יזי אלהינו מ£ז העולם א$ר קדשנו ?מטותיו רצונו לישב ב5כה:
״Nou, maar jij verdient, dat ik je van Soekous en van het loelov vertel, hoor! Luister maar.
״Je weet wel uit de geschiedenis, dat de Israëlieten heel lang in de woestijn moesten blijven.”
״Ja, veertig jaar,” zei Eva.
״En dat het heel naar is in een woestijn. Ze hadden daar geen huizen om rustig in te wonen, maar ze moesten in kleine tenten wonen, die ze telkens weer moesten opbreken. Maar ze hoefden toch niet bang te zijn; God zorgde voor hen.
En wij wonen wèl in huizen. In huizen met een stevig dak en sterke muren. Dat is geen kunst, hè, om dan niet bang te zijn. En nu gaan we een week lang in de Soeko, in ons kleine hutje. Kijk: het rieten dak is zóó dun, dat je de lucht erdoor kunt zien. Als we de luiken hebben opgetrokken,