Van twee Joodsche vragertjes

Titel
Van twee Joodsche vragertjes

Jaar
1918

Druk
1979

Pagina's
115



90

tanjes wou hebben om ze aan een touwtje te rijgen en in de Soeko op te hangen, als een mooie, bruine slinger.

Wacht, hij zou Vader eens helpen. En hij stopte zijn zakken vol kastanjes, en zijn schort ook.

,,Ik heb kastanjes in mijn buik,” zei hij, toen hij weer de Soeko binnenstapte.

״O!” zei Moeder, ״doet dat geen pijn? Heb je ze wel goed gekauwd?”

״Nee!” lachte Jaap.

״Verschrikkelijk!” zei Moeder. ״Heb je geen erge buikpijn?"

״Nee!” riep Jaap, en meteen liet hij alle kastanjes over den grond rollen.

״Hè, gelukkig,” zei Moeder, ״nou zijn ze er weer uit.”

Toen ging Moeder weer door met het versieren van de Soeko. Wat werd die mooi! Die gekleurde doeken met allemaal mooie figuren, — die oude, gedroogde loelov-takken, — dat groen, — die waaiertjes ertusschen, — Eva vond het ieder jaar weer mooier.

Daar kwam Vader binnen. Wat had hij in zijn handen ?





Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.