Aan Wal

Titel
Aan Wal

Jaar
1932

Overig
1ed

Pagina's
245



233

„Maar nu wordt het beter, hoor. Ik ben heelemaal uitgerust. Flinke meid!”

Jantje bleef onbeweeglijk liggen, draaide alleen haar hoofd zoo, dat ze in mevrouw's oogen kon kijken. Er was zoo iets héél liefs in mevrouw's oogen te vinden. Daar bleef ze maar stil naar liggen kijken, zonder een woord.

„Zal ik je eens instoppen?”

Jantje knikte.

En toen voelde ze, voor 't eerst van haar leven, een paar moeder-handen, die handig de dekens om haar heen instopten, tot ze als een onbeweeglijk pakje in haar bed lag.

„Zoo goed?”

„Ja...”

Mevrouw boog zich voorzichtig over haar heen.

„Zeg eens één keertje moeder tegen me,” fluisterde ze.

„Ja, moeder...”

Het licht knipte uit, de deur ging open en weer dicht, en Jantje lag alleen.

De oogen groot-open in 't donker, doodstil, om de dekens zóó te laten als ze ingestopt waren, — zoo bleef ze liggen.

Moeder. Ze had moeder gezegd. En ze was ingestopt door een moeder.

O, haar heele leven wou ze zoo blijven liggen

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.