Aan Wal

Titel
Aan Wal

Jaar
1932

Overig
1ed

Pagina's
245



198

En nu zei mevrouw... zou dat waar zijn? Dat ze dat andere van moeder in zich had? Dat het gezicht en de stem er niet op aan kwamen?

Natuurlijk was het waar. Anders zou deze mevrouw het niet zeggen, — deze moeder. En als het waar was, — o, dan had ze moeder weergevonden, nu, op dit oogenblik!

„Ik wist het niet,” zei ze, en nam haar werk weer op.

Na een poosje vroeg mevrouw:

„Maar het is toch wel erg prettig voor jou en Bart, dat tante er is, hè?”

„Ja,” knikte Jantje langzaam. „Erg prettig. Tante is zoo'n best mensch. Maar...”

„Maar?”

,/k Weet niet.”

Even later:

„Ik zou bijvoorbeeld nooit „moeder” tegen tante kunnen zeggen. Ik denk nooit „moeder” als ik aan tante denk. En je wilt altijd zoo graag „moeder” denken.”

„Ja?”

Toen schrok Jantje, dat ze zooveel gezegd had. Hoe durfde ze! Wat moest mevrouw wel denken! Had ze er niet bijna uitgeflapt, dat ze altijd aan mevrouw dacht met het woordje „moeder”? O, als ze dat toch gezegd had, — ze had haar nooit meer


Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.