i8o
Hij vond het zelf ook veel prettiger, toen ik nog thuis was.”
Er kwam even iets heesch in haar stem. Vader... en nu was ze heelemaal niet meer thuis, 's avonds en 's nachts ook niet.
„Nee, het kwam doordat vader minder verdiende. De turf ging niet zoo goed meer, en er waren aardappelen bevroren, — en dan kun je toch niet thuis blijven en niets verdienen. Vind je wel?”
„Nee,” aarzelde Rie. En toen: „Maar ik vind het toch nogal reusachtig van je, dat je het toen gedaan hebt, en je wou niet eens graag.”
„Jij zou het ook gedaan hebben,” zei Jantje met een kleur.
,/k Weet niet, hoor. Ik doe alleen de dingen, die me voorgekauwd worden. Ik wist niet wat ik worden wou, — nou, en toen hebben vader en moeder het eigenlijk zoo voor me bedacht, dat ik maar onderwijzeres moest worden. Dat is toch heel wat anders dan uit jezelf iets te doen, wat je nog wel naar vindt, zonder dat je moet van je vader.”
„Ik heb er anders genoeg tegen gefoeterd, in mezelf, vóór ik zoover hield.”
Wonderlijk toch, dat ze daar allemaal over sprak. Ze had hier nog nooit met iemand over gesproken. En Rie had zich toch een heele poos niet met haar