Ze grijpt in haar tas en droogt de ogen af. Dan kijkt ze ontdaan naar het vochtige propje in haar hand.
Het is haar ster.
En dan is het eigenlijk uit, het verhaal van de sterrekinderen. Dan zijn ze geen sterrekinderen meer, maar Joodse kinderen, op weg naar hun eigen land en hun vrijheid.
En ze leefden lang en gelukkig, - een handjevol sterrekinderen, toevallig gekozen uit de drommen, de drommen, de drommen, die niet lang leefden en niet gelukkig, en wie God-zelf de ster aftornde, om ze te plaatsen tussen de andere sterren aan de hemel, als een eeuwig getuigenis;.
212