102
Greet trok haar knieën op, legde haar kin er bovenop, de handen gevouwen om haar lange beenen.
„Niet studente zijn en niks,” zei ze, met nadruk op elk woord. „Alleen maar meisje zijn, — kamers aan kant maken, huizen genoeglijk maken, — en ... en... kleine kindertjes pap voeren en was-schen en in schoone bedjes leggen.”
Wies gaf Greet een plotselingen zoen.
„Meisje,” zei ze.