Tante Griet

Titel
Tante Griet

Jaar
1934

Overig
1ed

Pagina's
212



100

daar ongemerkt kon uitlachen in haar zakdoek.

„Fenna moet u zeker nog helpen?” informeerde Wies belangstellend.

„Ja, vindt u ’t soms niet goed?”

Greet werd bang, dat Wies zoo meteen zou gaan huilen, want het was een familiekwaal van ze, dat ze geen kijverige stemmen of hatelijke gezegden konden verdragen. Ze wou wel, dat Wies haar aankeek, dan zou ze haar toewenken, dat ze zich taai moest houden. Maar Wies keek heele-maal haar richting niet uit en hield zich desondanks taai.

„Ik vind het best,” zei Wies, met een hooge en kalme stem, „alleen een beetje jammer voor Fenna. ’t Ging zoo gezellig tusschen ons, hè?”

De blik, dien Fenna haar toewierp, zonder een woord of een knik, was van een warmte en een bekommerdheid tegelijk, die Wies diep raakte. Ze was niet bang meer voor de moeder, dacht nu alleen maar aan het kind, en dat kind knikte ze hartelijk toe. Wat hinderde het of de moeder dat zag, — en waarschijnlijk zag ze het niet, want op zulke dingen zou ze in haar heele leven wel niet gelet hebben. O, wat èrg voor Fenna, om deze moeder te hebben! Hoe had ze kunnen lachen, den heelen dag, — of misschien was het juist, omdat ze bij Wies lachen kon, en voorraad van vroolijk-heid opdeed voor de uren thuis. En nu, — nu moest ze haar moeder helpen en van de vroolijke uren bleef niets over...

„Dus dan zullen we er verder maar niet over praten,” deed Wies luchtig. „Beterschap dan met de zwakte. Fenna, kom je nog eens een keertje kijken hier?”

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.