Toen feliciteerden ze elkaar en keken in mekaars rapporten en deden een beetje luid en vroolijk, en namen afscheid.
Maar Greet en Marthi, stil naast elkaar naar huis loopend, wisten toch, dat er iets bedorven was.
* *
*
Moeder stond uit ’t raam te kijken, of ze nog niet aankwam, ’t Was vanmiddag zoo op een hol