197
Reusachtig was Wies toch, dacht Greet, — zoo gauw als ze er weer in was! Ze zag er wel ingespannen uit, maar dat voelde ze natuurlijk heele-maal niet. Wat klonk dat samen, — wat voegde Wies zich naar Bernards spel! Heerlijk, dat ze
hier nog even bij kon zijn, vóór ze weer naar den trein moest.
„Nee,” zei Bernard plotseling, en hij wees met de punt van zijn strijkstok ergens in de muziek, „de maat is hier anders. Tellen maar even. En je moet het ook wat soepeler spelen.”
Wies zei niet, dat ze het zoo lang niet gedaan