191
toen ze viool-les kwam nemen. Ik heb... ze is zoo’n lief ding ...”
„Ja,” beaamde de vader.
„En toen mijn zus zei, dat haar juf wegging, toen heb ik ineens gedacht...”
„Och kind,” zei hij verschrikt. En Greet begreep,
*X- _
V
dat dit „kind” beteekende: wat denk je wel...
„Ik wist wel, dat het onzin was,” zei Greet mistroostig. „Het kwam, doordat... doordat ik er vroeger ook wel eens aan gedacht had, dat ik zoo graag voor Heleentje wou zorgen.”
„Hoe kwam je daar dan op, — vroeger?”
Nu zei hij niet eens meer „u”, — nu zag hij al