Tante Griet

Titel
Tante Griet

Jaar
1934

Overig
1ed

Pagina's
212



176

zoo zoet was, die zoo flink waarschuwde, — mamma zou hem helpen, hoor...

En ze pakte Teetje, die straalde bij het hooren van al die loftuitingen, in haar armen, en ging met hem buiten de kamer.

Toen pas begreep Greet...

Na het eten, doodmoe en met gloeiende wangetjes van den slaap, werden ze in grootvaders en grootmoeders bed gelegd. Hun slaperigheid was de eenige waarborg, dat er geen avontuurlijke dingen zouden gebeuren uit dit bed zonder hekje. Ze lagen maar net in de groote bedden, of ze sliepen in; en slapende kon zelfs Eetje geen onheil aanrichten.

En toen ook Peetje zijn maal genuttigd had, toen waren er twee volle, heerlijke uren nog in ’t vooruitzicht, vóór de heele familie, man, vrouw en kroost, weer terug moesten.

Marthi ging dankbaar en voldaan naar huis toe, toen alle drie jongetjes verzadigd waren. Tot nu toe waren die neven van Greet maar een legende geweest, — een sproke, die ze op gezag van Greet maar had moeten gelooven. Nu was het ineens werkelijkheid, — van nabij geziene werkelijkheid. O, Greet had niet overdreven!

Wies, genesteld in haar oude plaatsje, zat stil te genieten.

„Weet u, Moeder,” zei ze, „het gekke is, dat ik nu weer precies als vroeger ben, — het meisje van vroeger, — en ik snap niet, waar ik die drie jongens vandaan haal. Hier in huis voel je je zoo kinderachtig, — zoo heelemaal geen moeder.”

„Je hebt geen moederhart,” concludeerde vader.

„Dat zal ’t zijn,” knikte Wies zielstevreden.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.