173
„Maggik alles?” had hij nog de beleefdheid om te vragen.
„O, met plezier,” antwoordde de jubileerende Greet, om wie alles toch eigenlijk begonnen was.
„Kun je nèt denken,” verbood Bernard, met een plotseling vertoon van vaderlijk gezag, en hij zette het opgeraapte schaaltje op een veiligen af
stand van zijn oudste, die zich bescheiden vergenoegde met de twee koekjes tusschen zijn vingers.
„Zoo is hij,” zei Wies gelaten. „Als ik alleen een Teetje had, zou ik me verbeelden, een ideaal opvoedster te zijn, — en als ik alleen een Eetje had, zou ik me absoluut uit de ouderlijke macht laten ontzetten.”
„Wat een geluk dan,” zei moeder wijs, „dat je ze alle drie hebt.”