172
zijn blikken op hun tocht door de kamer zijn moeder ontmoetten, kwam er een breede lach op zijn gezicht. Ze zagen het allemaal, de groote men-schen in de kamer, en ze voelden het allemaal als een groote eer voor Wies, dien lach. Een eer, zóó groot, dat je er jaloersch op zou worden, als het iemand anders dan Wies had gegolden...
Er viel wat te hebben voor Eetje, en voor Teetje ook, — met bekwamen spoed. Grootmoeders mogen dan, krachtens haar leeftijd, onafhankelijke en zelfstandige vrouwen zijn, — ze veranderen meteen in slavinnen, zoodra het ’t opvolgen van het bevel eens kleinzoons geldt.
„Zeg eens oma,” bedelde Wies.
„Oooma,” zingzong Teetje dadelijk. Oma bloosde van verrukking; dit was de eerste keer, dat ze zich in ernst zoo hoorde noemen.
„Ik heb het ze geleerd,” zei Wies trotsch, „gisteren den heelen middag en vanmorgen generale repetitie.”
„Kan Eetje het ook?” vroeg Greet.
„Ja, natuurlijk,” ijverde Wies. „Eetje, zeg eens oma?”
Eetje had zijn mond vol van zijn koekje en hij scheen bij intuïtie te voelen, dat je met een vollen mond geen grootmoeders aanspreekt. Zijn blikken gingen keurend door de hem zoo onbekende kamer, bleven een deel van een seconde rusten op het schaaltje met koekjes, dat op tafel stond, en, daar zijn mond wel vol, maar zijn handje leeg was, greep hij met een onverhoedsche beweging er naar. Twee koekjes zaten schots en scheef tus-schen zijn onhandige vingertjes, — de rest viel op den grond.