Tante Griet

Titel
Tante Griet

Jaar
1934

Overig
1ed

Pagina's
212



162

groeien tot iets volwassens, — voelde- ze de angsten van benauwd schoolkind van zich af glijden. De leeraren, de bijzitters, het waren geen opzettelijke kwellers meer, geen vijanden, die zich verheugen zouden in haar onwetendheid, — ach, toen ze nog schoolkind was, en geen examinanda, had ze ze waarlijk nooit als vijanden beschouwd, maar dat deden die afschuwelijke weken van wachten, — geen vragers naar wat ze niet wist, — maar mede-menschen van vleesch en bloed, die als zij, of erger dan zij, gebukt gingen onder de hitte. En zoo kwam het, dat haar antwoorden er met een rust en een zekerheid uitkwamen, waar zijzelf zich wel het meest over verbaasde. Met diezelfde rust zei ze: „dat weet ik niet,” als ze maar even dacht, dat ze het niet zou weten.

Dien avond betrok de lucht met een angstwekkende snelheid en toen Greet vroeg naar bed was gegaan om morgen fit te zijn, brak het onweer los.

Het werd een merkwaardige nacht. Het onweer was te heftig, om met den besten wil er door heen te kunnen slapen en tenslotte verhuisde Greets lange pyjamagestalte naar de slaapkamer van vader en moeder.

„Op uw voeteneind maar, Moeder?”

„Toe maar.”

Als toen ze een klein meisje was, zat ze, opgevouwen in zakformaat, op moeders deken. Het licht was er voor de gezelligheid bij op, maar dat nam niet weg, dat toch telkens een bliksemflits de kamer in blauwen gloed zette. Tusschen de donderslagen was haast geen tusschenpoos.

„’t Zal morgen wel opgefrischt zijn. Ik hoop het voor Dikkie.”

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.