137
buitenkant van het loophek, waar hij tegenop ging staan om Teetje uitbundig te begroeten.
„Zet u hem er nu ook maar in, als u hem er uit hebt gehaald,” commandeerde de generaal.
„Ik heb hem er niet uit gehaald,” herhaalde Greet geduldig. „Hij is er zelf uit geklommen.”
Ze wachtte gespannen het oogenblik af, dat de generaal Eetje in de box zou zetten. Ze brandde van nieuwsgierigheid, hoe Eetje daarop zou reageeren.
Maar dat oogenblik kwam niet. De generaal raakte Eetje niet aan, — wachtte blijkbaar af, of Eetje misschien uit zichzelf in de box terug zou klimmen. Maar dan kon ze lang wachten!
Greets oogen dansten van pret.
„Ze durft niet!” jubelde het in haar. „Ze durft niet tegen Eetje op! O, dat Wies en Bernard nu niet hier zijn, om van Eetje te leeren, hoe je met generaals om moet springen!”
„Kom,” zei ze bedrijvig, „ik moet eens gaan. Dag Eetje, dag Teetje, dag zuster!”
„Dag,” zei Eetje collegiaal.
„Dag,” zei Teetje, en zangerig er achteraan: „Tanna Jiet!”
Maar de generaal zei heelemaal niets.
* *
*
Ze was eigenlijk veel te vroeg voor den trein. Het was ook meer een overhaaste vlucht geweest dan een royale aftocht; naar Wies durfde ze niet meer gaan, omdat die nu zeker moest slapen; bij