134
Eetje noch Teetje wisten, wat een woonwagenkind was en wat brutale oogen waren. Uit den toon maakten ze op, dat het iets grappigs was en daarom schaterde Eetje het uit en Teetje straalde over zijn heele gezicht.
De conversatie vlotte wel, dacht Greet tevreden. Ze hadden ook wel wat afwisseling noodig, nu hun moeder niet over den vloer was. Maar ze uit het loophek nemen, zoo op eigen houtje, — dat durfde ze niet. Stel je voor, dat de generaal haar betrapte!
Eetje liet zich niet in zijn werkzaamheden storen en stond alweer met z’n ééne been omhoog. Op den duur zou hij zeker zijn doel bereiken.
„Een groot man,” bleef Greet bij haar voorspelling. „Wat een energie!”
Toen trof haar Teetje’s lieve en doordringende blik, die onafgebroken op haar gericht bleef, — en door een macht, sterker dan zijzelf, werd ze gedwongen, hem toch uit het loophek en in haar armen te nemen.
„Zeg nog één keer tante Griet,” fluisterde ze.
En even zachtjes fluisterde Teetje terug: „Tan-na Jiet.”
„Ik wil nooit anders heeten,” dacht Greet. „Als hij getrouwd is, en grootvader wordt, moet hij nog Tannajiet tegen me zeggen.”
Ze ging op een stoel zitten, stil genietend van het zachte kereltje op haar schoot. Converseeren hoefde ze niet meer; stilzitten en het satijnen wangetje tegen haar wang voelen, en zachtjes blazen door het dunne, gouden kuifje, en het handje met de gespreide vingertjes en de vier kuiltjes en het gebloesde polsje op haar eigen