Tante Griet

Titel
Tante Griet

Jaar
1934

Overig
1ed

Pagina's
212



132

„Reken maar, dat moeder ’s avonds bèk-af in bed rolde, toen wij zoo waren als Eetje en Teetje en Peetje. Weet je, dat is juist het mooie er van: dat de kinderen daar nooit achter komen; juist als ze het vermoeiendst zijn, zijn ze nog te klein, om er iets van te merken.”

„Vind je dat juist het mooie er van?”

”Ja”

Meer zei Wies niet. „Ja.” Maar opeens zag Greet, hoe gelukkig Wies’ moe gezichtje keek. Glanzend gelukkig. En toen begreep ze het:

Geven. Geven. En niemand mocht merken, dat je gaf. Roekeloos geven en het als een blij geheim bewaren, dat je bezig was, jezelf weg te geven.

Dat was geluk.

* *

*

Eetje was bezig, een nieuw uitgedachte gymnastische toer te volbrengen: op één been in evenwicht blijven, met behulp van de beide handjes, die den bovenrand van het loophek omklemmen en het andere been zóó ver omhoog brengen, dat het ook den bovenrand bereikt. Natuurlijk had deze toer een doel: over het hek heen komen en de buitenwereld bereiken. Want Eetje voelde niets voor beperking van bewegingsvrijheid.

Hij zag rood van inspanning. Hij zuchtte en steunde. En intusschen zat Teetje, geleund tegen den overkant van het hek, de beentjes wijduit rustend op de matras, met groote blauwe, bewonderende oogen naar Eetje te kijken.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.