Tante Griet

Titel
Tante Griet

Jaar
1934

Overig
1ed

Pagina's
212



121

„Maar wat vind je?”

„Nou ...” aarzelde Heleentje, „eigenlijk Teetje.”

„Waarom? Eetje is toch veel levendiger, — veel grappiger eigenlijk.”

„Ja, maar Teetje is... ik weet niet.”

Heel duidelijk omschreven was het niet. Maar toch was het de omschrijving van wat je bij Teetje voelde: je wist het niet, — je zou het nooit onder woorden kunnen brengen, maar er was iets, dat je rustig maakte en dankbaar, als hij je aankeek. Van Eetje zou iedereen dadelijk kunnen omschrijven, wat hem tot zoo’n verrukkelijk ventje maakte: zijn donkere, nu al brutale kijkers, zijn schater met de kuiltjes in de wangen, zijn geestdriftige trappel-begroeting. Iedereen pikte Eetje dadelijk eruit, wendde zich dadelijk meer tot Eetje dan tot Teetje, — maar wie zich tot Teetje wendde, had het gevoel van een groote belooning. Misschien had Heleentje die belooning ook gevoeld en was het daarom.

De worteltjes waren klaar. Greet waschte ze, zette ze zachtjes op. Heleentje volgde haar met groote belangstelling.

Er scharrelde een sleutel in het slot.

„Daar zul je ’m hebben,” knikte Greet naar Heleentje.

Heleentje had weer één van haar snelle blosjes.

„Zou hij goedvinden... in de keuken?”

„Hij is geen gevangenis-directeur, zeg!” zei Greet verontwaardigd, en Heleentje moest zóó lachen om die vergelijking, dat ze nog niet bedaard was, toen „meneer” al in de keuken stond.

„Slaapt Wies nog? — O,” — verrast — „dag Heleentje!”

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.