je ieder ogenblik de dingen fout kon doen en iets bederven van de prachtige spullen, die er op tafel en in de kamer waren.
Maar boven wist hij de meccano en dat vergoedde alles.
‘Heb je lekker gegeten?’ vroeg Jack boven, half angstig, omdat hij de maaltijd bij hèm zo ver wist achterstaan bij die in Mo’s huis.
‘Nou zeg!’ zuchtte Mo. ‘Wij eten alleen maar zo op Jomtov.’
Jack knikte gerustgesteld. Dan was het goed. Nu durfde hij ook wel te vragen wat hem al lang op het hart gelegen had. Of het werkelijk waar was van dat laajnen. En zo ja, of hij het hem eens wilde laten horen.
O, jawel! Mo wou met plezier. En meteen stelde hij enthousiast voor:
‘Zal ik het jullie meteen leren?’
‘Nou!’ Lootje sprong op.
‘Meteen dan maar.’
En terwijl Rozijntje, als vrouw, zwijgend er bij bleef zitten, begon het laajn-onderwijs aan Jack en dan meteen maar aan Lootje.
Het was hartverscheurend.
Mo kende de toontekens en wilde ze ook wel zingen naar zijn beste weten, maar omdat hij het geluk had geen muziekles te hoeven hebben, omdat hij niet zingen kon, klonk het allemaal een beetje eigenaardig.
Jack waagde de opmerking:
‘In Sjoel klinkt het toch wat anders.’
Waarop Mo meteen naar waarheid getuigde, dat de gazzen ook een andere stem had. Dan leek het direct anders. En Jack geloofde het grif.
Toen kwam het gewichtige ogenblik, dat Jack moest nazingen wat Mo voorzong.
Jack deed het plichtsgetrouw en nauwkeurig, voorzover moge
136