‘Is moeder thuis?’
En ergens uit een deur kwam een vrolijke stem:
‘Ja!’
Toen opende Mo de deur en Jack stond in de keuken.
‘Dat is Jack,’ stelde Mo voor, met zijn hand vertrouwelijk duwend achter Jacks rug. Hij knipoogde hem toe alsof hij zeggen wou: ‘Wees nou maar niet verlegen; het is moeder toch!’
Mo’s moeder tilde een zware pan van ’t fornuis en knikte.
‘Dag Jack! Lust je een wortel?’
En op zijn gretig knikken wenkte ze met het hoofd naar Mo, dat hij twee wortels mocht afplukken, één voor hemzelf en één voor zijn vriend.
Nooit had Jack zo iets heerlijks geproefd als deze wortel!
Wat een moeder toch! Wat een ontvangst!
Hij merkte op een gegeven ogenblik dat hij midden op de keukentafel zat en dat zijn benen krachtig heen en weer bungelden. Maar hij schrok er niet van en bleef kalm op de tafel zitten en bungelen.
Mo had wel gelijk gehad. Zijn moeder was iets heel bijzonders. En hij verwachtte, dat alles waar was, wat hij had verteld. Tot zelfs het laajnen toe. Alleen die snor...
Het was een feit, dat niet te ontkennen viel, dat Jacks bezoeken bij Mo veelvuldiger waren dan omgekeerd.
Mo had Jack toevertrouwd, dat hij een beetje bang was voor die stoelen en dat hij de kussens op de grond zo lastig vond.
Jack kon hem geen ongelijk geven nu hij de woonkamer bij Mo had meegemaakt.
In die woonkamer werd gespeeld en geleerd en geschreven en gegeten en muziek gemaakt. Als de één muziek maakte en de ander leren moest, stopte die ander eenvoudig de vingers in de oren en leerde.
Er was een piano, waar het éne zusje vingeroefeningen op
131