om ze weg ging van huis, maar z’n vrouw had het toen aangeraden, en die wist zulke dingen altijd het beste.
Hij keek hulpeloos naar zijn vrouw. Misschien... of was ze er nu te ziek voor?
‘Ja,’ zei mevrouw, en ze zuchtte.
Toen wist Rozijntje, dat ze haar geen van beiden konden helpen.
En toch...
Toen ze de voordeur dichtgetrokken had en ze achterom liep om haar fiets te halen, had ze toch het gevoel, dat ze hier de uitkomst gevonden had.
Heel vaag was dat gevoel. Zó vaag, dat ze nog even door het raampje naar binnen moest kijken om het wat minder vaag te maken.
En toen wist ze het.
127