maar geschonken waren, zodat ze met haar twee jongens, nee, met haar drie jongens thuis aan de Seidertafel kon zitten. Maar nee, dat was al heerlijk genoeg. Dit was al veel en veel te heerlijk!
Het was al allemaal bedisseld geweest vóór het aan Jack en Lootje meegedeeld werd.
Ze had het naar huis geschreven en tante Saar had haar in hartelijke hanepoten geantwoord, dat het huis voor haar klaar stond, voor haar en die lieve kinderen. Het jongste jongetje kon in Lea’s bed, want dat werd nu toch niet meer gebruikt, schreef ze spijtig, en het oudste in Jupies bed, want op Jupies kamer kon gemakkelijk nog een kermisbed op de grond gelegd worden voor Jupie zelf. Dus dat was in orde.
Rozijntje las sommige gedeelten uit de brief van tante Saar aan de jongens voor. En indien mogelijk, steeg tante Saar nog in hun achting.
Hoe bedacht ze het toch! Hoe was het toch mogelijk!
En Jupie op een kermisbed! Wat was dan eigenlijk een kermisbed?
Rozijntje legde uit wat een kermisbed was. Een matras op de grond, helemaal opgemaakt als een gewoon ledikant. En daar sliep je dan in, hè.
Toen was Jack vastbesloten, dat niet Jupie, maar hém de eer te beurt zou vallen van te slapen in een kermisbed.
Eerlijk was eerlijk! Jupie kon in een kermisbed slapen zo vaak hij het zelf maar wou, en voor hém was het toch maar een unieke gelegenheid, die misschien nooit terugkwam.
‘Mag ik op jouw kamer dan ook op een kermisbed slapen?’ vleide Lootje.
Maar Rozijntje kreeg al kippevel bij de gedachte van dat tere jongetje op de grond slapend, waar de tocht onder de deur door kon kruipen en waar hij in één nacht tien verkoudheden kon opdoen.
107