HOOFDSTUK XVI
De grootstefuif van hun leven
Dat er ooit zo’n geweldig idee in het hoofd van zijn eigen vader of moeder kon opkomen! Werkelijk, Jack had het nooit kunnen vermoeden.
Andere vaders en moeders, dat was nog tot daar aan toe. Die hadden, als je de andere jongens geloven mocht, altijd de reusachtigste ideeën.
Maar hij was altijd misdeeld geweest op dat punt, tenminste tot nu toe.
Maar sinds hem en Lootje was meegedeeld, dat ze in de paasvakantie met Rozijntje mee mochten en bij Jupie en tante Saar mochten logeren, sinds die tijd wist hij beter.
Zijn vader en moeder konden minstens op tegen alle andere vaders en moeders!
Toen het hun meegedeeld was, had het huis bijna gedreund onder de Indianendans, die Jack en Lootje uitvoerden. En de ramen hadden getrild van hun Indianengebrul.
Mevrouw had wat verbaasd het hoofd geschud.
Vreemd toch, die kinderen! Thuis hadden ze het zo goed en konden ze alles krijgen wat hun hart begeerde. En de mededeling, dat ze een weekje mochten zijn in een veel eenvoudiger omgeving, bracht hen zó buiten zichzelf. Je ging je afvragen waarvoor het diende, dat je het ze aan niets liet ontbreken, als ze het toch zo veel liever hadden zonder dat alles.
Maar toch was ze blij, dat de oplossing, die ze gevonden had, zo graag aanvaard werd. Als ze eens niet gewild hadden, wat had ze dan moeten beginnen?
De paasvakantie begon twee dagen na de eerste Pesachdagen. Rozijntje had er wat voor gegeven, als die twee dagen hun ook nog
106