Maar Jack was al in pyjama.
‘Dan ga ik zelf maar,’ zei Rozijntje. ‘Dan breng ik meteen voor elk van ons een lepeltje mee.’
Rozijntje ging naar de keuken.
‘Moest ze nu niet even Lea aan mevrouw voorstellen?’ dacht ze, terwijl ze langs de woonkamer liep. ‘Ach nee,’ verweerde ze zich. ‘Dat hoeft pas, als tante Saars peren op zijn.’
Even drong het tot haar door, dat de jongens het ook prettiger zouden vinden, zo zonder volwassenen erbij. En ze nam zich voor om nooit een volwassene te worden. Dat alle kinderen haar altijd bij al hun pretjes en onzinnetjes wilden hebben.
Toen ze dat besloten had, was ze al weer boven. Met vier eierlepeltjes.
En een ogenblik later zaten ze als aan het begin van een koninklijk diner elk hun beurt af te wachten om bediend te worden van deze kostelijke spijs.
Mislukt? Tante Saars peren mislukt?
Nooit in hun leven hadden ze nog zulke sappige peren ontmoet! Nooit hadden Jack of Lootje een peer gegeten, die hun zulke druipende kinnetjes en kleverige vingers bezorgde!
Werkelijk! Rozijntjes verhalen over tante Saar waren nooit overdreven geweest!
105