lachte ze gul mee.
‘Durf je nu mee naar ’t concert vanavond?’
‘Ja... en... als ik eerst m’n haar maar weer netjes gevlochten heb.’ ‘Kind, het is netjes gevlochten, - voor ’t eerst van je leven echt netjes!’
‘Maar ’t voelt zo raar, net of ik het verlies.’
Annie trok aan haar vlecht.
‘Au!’
‘Zit het vast of niet?’
‘Het zit vast’, beaamde Rozijntje gedwee.
‘Durf je zo naar ’t concert te gaan of niet?’
Rozijntje draaide zich langzaam weer naar de spiegel en keek dat meisje vragend aan.
‘Ja... e...’begon ze.
En toen, met een zucht en een knik naar de spiegel:
‘Ja... als ik eerst maar zeker wist dat ik dat ben!’
HOOFDSTUK XV.
Terug!
Als je Rozijntje zou vragen, of ze de muziek mooi vond, zou ze geen antwoord hebben kunnen geven.
Er gingen klanken hoog over haar hoofd heen, - ja, en die klanken waren mooi, gaven een zacht gevoel van vrede. Maar er was zo veel, - als de éne klank tot haar was doorgedrongen, volgde de andere, en dat kon ze zo gauw niet bijhouden.
Als ze omhoog keek, dacht ze de klanken te zien van de muziek die boven haar hoofd hing, en er was niets dan de hoge, hoge gewelven, die haar een gevoel van kleinheid gaven, zoals ze nog nooit gekend had.
92