„Moet je je armen niet vrij hebben voor de schapen?” vroeg Tirtsa.
„En als er een lammetje onderweg geboren wordt, moet ik het dan ook niet in mijn armen dragen?” vroeg hij terug.
En in dat vooruitzicht: dat hij de roompot zo teder zou dragen als een pasgeboren lammetje, — lieten moeder en Tirtsa het geschenk voor drie gezinnen en een wijze vrouw met gerustheid aan hem over.
Toen het zomer werd, en school vakantie, werd er een groep stads-schoolkinderen door hun school het land op gestuurd. Dat gebeurde vaker, dat een school of een vereniging de gastvrijheid voor hun kinderen vroeg in een kibboets, aan wie de kosten voor zoveel mee-etende monden natuurlijk vergoed werden. Ze brachten hun eigen tenten mee en een eigen leider, en behalve de maaltijden hadden ze weinig met de kibboets zelf te maken. Zelfs hun vrijdagavond vierden ze in het eigen tentenkamp, dat buiten de omheining van de kibboets was opgeslagen.
Ze waren meest wat jonger dan Tirtsa en wat ouder dan de andere kinderen, — zo tussen twaalf en veertien jaar. De kibboetskinderen vonden het toch wel een avontuur, stads-kinderen zo dicht in hun nabijheid te hebben, en dat drie weken lang, — en de stads-kinderen vonden het een avontuur, drie weken lang in, of bijna in een kibboets te leven. Wel aten ze in ,dt eetzaal vóór de anderen, omdat anders de eetzaal veel te vol zou worden, wel brachten ze het grootste deel van de dag en zeker de avonden en nachten buiten de omheining van cle kibboets door, maar een tipje van het kibboetsleven kregen ze toch te zien. En een tipje van de kibboets-kinderen, die vakantie hadden en behalve Tirtsa, nog weinig in het werk betrokken waren, en die daarom een hoop vrije tijd hadden.
Kibboets, wisten ze, dat betekende: vrij zijn van alles wat ze in de stad gebonden hield. Ze hadden gehoord dat alles van iedereen was, en dat leek hun lang niet gek: zó maar vrij mogen nemen wat van een ander was, zonder vragen en dus zonder kans op wei
88