werk stelde om het leven in haar huis warm en gezellig en huiselijk te maken. Over het ondoordacht weglopen, en de ongerustheid die ze veroorzaakt had, werd niet gesproken, tot Tirtsa’s onuitsprekelijke opluchting.
Nóg een tocht was er, die ze moest doen, eer ze met haar vlucht had afgerekend, — maar dat was een glorierijke tocht. Gewapend met een grote pot room uit het zuivelhuisje naast de koestal, ging ze met moeder op zoek naar Achmed, die wel weer in het dal aan ’t weiden zou zijn. Ze zochten lang en dwaalden veel, de pot met room voorzichtig in Tirtsa’s handen, tot het zachte rrrts-rrrts-geluid van gras-aftrekkende schapetongen hen op het spoor bracht van een kudde. En toen tussen de schapen een ezelsveulentje opdook met twee aan elkaar gebonden pootjes en een eigenwijs Bambi-gezicht, wisten ze dat ze verder alleen hoefden luisteren, of er ook een herdersfluit zong.
Er zóng een herdersfluit, — maar die hield middenin op, toen Tirtsa, met roompot en moeder en al, van achter de struiken te voorschijn kwam. Achmed lachte van het ene oor tot het andere, toen hij Tirtsa ontdekte, — en speel dan maar eens door op je fluit, als je van het éne oor tot het andere lacht!
De room was voor zijn moeder en alle kinderen, en voor Fatma en de andere vrouw en al hun kinderen, en natuurlijk ook voor de wijze oude vrouw, die Tirtsa’s knie beter had gemaakt, — iets, waar de dokter van de kibboets, die in het nabije dorp woonde, honderduit naar gevraagd had, tot hij concludeerde, dat Oriëntaalse mensen soms een natuurlijk gevoel hebben voor dingen, die de arme westerlingen alleen met wetenschap kunnen benaderen.
De roompot was groot, — zo groot, dat hij voor alle chawériem een portie kon bevatten. Toch probeerde Achmed hem in zijn gewone bergplaats te stoppen: zijn gordel. Maar Tirtsa, veel te bang dat de pot zou vallen en ondanks de schroef-sluiting zijn in-houd aan de schapen af zou staan, nam hem gauw terug.
„Ik breng het wel naar je moeder,” zei ze bezorgd.
Achmed schudde het hoofd en beloofde, de pot naast zich op de grond te zetten en hem in zijn armen mee naar huis te nemen.
87