vrij denken van elkaar. Wie weet wat voor aardige jongens je ontmoet, — en tegenover die aardige jongens moet je zo vrij staan, alsof ik er nooit geweest was.”
Dat kon hij nu wel zeggen, maar met die vrijheid was het bij Tirtsa maar povertjes gesteld. Iedere aardige jongen, — en er w&ren er, genoeg, hoor! — werd in Tirtsa’s gedachten dadelijk met Jechiël vergeleken en kwam er dan maar bekaaid af. Doordat ze zo zelden tegelijk verlof hadden, moesten ze het alles in brieven uitspreken, en die brieven groeiden en groeiden naar werkelijke, volwassen liefde toe. Jechiëls brieven lagen ergens verborgen in het vakje, waar Tirtsa haar bezittingen mocht opslaan, en Tirtsa’s brieven lagen in het vakje, waar Jechiël zijn bezittingen had. Ze verhuisden mee bij iedere overplaatsing. Tot beiden vonden, dat het nu welletjes was, en toen zijn ze getrouwd. Dat was het eind van Tirtsa’s militaire loopbaan, want getrouwde vrouwen worden van de dienst vrijgesteld. Het was een vrolijke bruiloft, de vierde in de kibboets, — gelukkig niet de eerste, want Tirtsa had er genoeg van, altijd de eerste en de oudste te zijn, — en haar vader en moeder en David en R'oevén en nog een heel stel chawériem ondernamen de lange reis naar het noorden en vierden hem met hen mee, in het goede vooruitzicht, dat Jechiël over een klein half jaar uit het leger thuis zou komen en zijn werk in de kibboets kon voortzetten.
Jonathan werd in het hospitaal in Tiberias geboren, want dichterbij was er geen stad en geen ziekenhuis. Vader Jechiël kreeg zijn zoon niet te zien eer hij, de vijfde dag na de geboorte, moeder en zoon met de kibboetstender kwam afhalen. Hij gluurde in het witte bundeltje, dat Tirtsa in haar armen naar buiten droeg, zag een rood gezichtje grimassen trekken en zwol van trots. Ja, zo zijn de vaders. Ze hadden het erg goed met z'n drieën.
Na zes weken begon Tirtsa weer te werken; ze werkte in de kippenren en liep om de vier uur naar het baby-huis om Jonathan te voeden. Jonathan deed keurig alles wat er van hem verwacht werd, ontving de nodige lof voor zijn baby-prestaties en groeide daardoor op tot een vrolijk knulletje.
166