de havengebouwen zag je de stad Haifa tegen de berg opklimmen, hoger, hoger, hoger, tot waar ieder gebouw zich leek te verschuilen tussen het groen van de dennen.
Voor 't eerst na veel regendagen was dit een zonnige dag, en
daardoor was de klimmende stad witter en fleuriger dan ooit.
Tussen de loodsen door keken ze op een vrije ruimte, waar de
mariniers in hun donkerblauwe pakjes kwamen aangemarcheerd,
exercerend en wendend en kerend; ondanks de drukte hoorden ze af en toe een Hebreeuws commando tot hun bootje doordringen. Toen zagen ze, hoe een kleine groep mariniers met koperen blaasinstrumenten zich op de kade opstelde; veel mensen, zeker familieleden van die straks zouden aankomen, stonden er omheen en luisterden naar het volkslied en naar andere liederen, die ze meezongen. Het was alles poppig klein, het geluid ook, en daardoor veel mooier dan van dichtbij.
En als ze de andere kant op keken, naar de armen van de haven, dan zagen ze daarachter de zee, en nóg verder daarachter, naar het noorden toe, heel vaag en toch goed te onderscheiden op deze heldere dag, de hoge bergen van de Libanon en de witte kop van de Hermon. O, nog vóór het schip aankwam was het al een dag om nooit te vergeten.
Er was opeens drukte en spanning, in de haven en op de sleepboot. Blijkbaar was het verwachte schip in zicht. De bemanning van de sleepboot ging aan 't werk, en opeens merkten de kinderen, dat het loodsbootje hun al een eind vóór was.
Ze voeren de haven-armen uit, te gespannen om veel tegen elkaar te kunnen zeggen. Nog vóór ze de open baai hadden bereikt, zagen ze het schip al liggen: het schip. Hoog en schoon en wit lag het daar te wachten, om binnen te worden geleid, en de blauwwitte vlag woei zo trots, dat elk van die Cyprus-gevangenen wel dadelijk moest vergeten, hoe ze de vorige keer hier voor de kust gelegen hadden en ontvoerd waren.
„Toe-oet!” begroette hun sleepboot de hoge, trotse „Galilea”; het sleepbootje was niet de enige, die ze tegemoet voer en ze met een „toe-oet!” begroette; er waren meer bootjes, meest met familie
130