13 „EEN SCHEEPJE IN DE HAVEN LANDT”
„Loten,” zei Tirtsa’s vader. „Loten tussen de hoogste klas van de school en de jeugdgroep. Ik kan voor vier kinderen toegang vragen in de haven; maken jullie nu maar uit welke vier.”
Hij werkte al sinds maanden bij de ontvangst van immigranten in de haven, gaf ze raad, maakte ze wegwijs, en soms, als ze van plan waren, in een kibboets te gaan en nog niet wisten in welke, bracht hij ze van de reis mee naar Giv’at Jofi. De meeste immigranten, die geen familie of geen vast plan hadden, gingen voorlopig naar een ontvang-kamp, waar ze weer door anderen in extra autobussen heen werden geleid; maar juist voor hen, die bepaalde plannen hadden, was Tirtsa’s vader aanwezig. Hij was daartoe aangewezen door de grote bond van kibboetsiem, waar Giv’at Jofi toe behoorde; die bond eiste af en toe goede werkkrachten op voor werk, dat de gemeenschap in grotere zin dan de kibboets alleen
126