dat nog niet eens helemaal, want gehoord hebben we er ook de jakhalzen in de nachten, veel meer dan bij ons. Ze jammeren daar in de wildernis rondom de kibboetsiem zó akelig, dat je haast uit medelijden met hun gehuil op zou staan om je op te laten eten. Maar daar hebben we toch maar van afgezien, — niet Aliza?”
Toen, voor het luisterende troepje op het maanlichte grasveld, ging hij vertellen, wat ze gezien hadden: het primitieve wonen, en het behelpen met water en electriciteit en al, wat voor hen al vanzelfsprekend en onontbeerlijk leek, en hoe de dokter die een stuk of wat kibboetsiem behandelde, te vechten had met gebrek aan communicatie-middelen en daardoor gebrek aan medicijnen, die plotseling nodig konden zijn, en hoe hij toch nog gelegenheid vond om bij de Arabische zieken te komen als hij geroepen werd, — en wat er allemaal al was: wat er groeide, tegen iedere verstandige verwachting in, en welke wegen er al waren aangelegd, en hoe in enkele kibboetsiem de vrouwen met jonge kinderen al waren gekomen, — want die lieten ze pas komen, als het allerergste begin overwonnen was, — en hoe er voor de kinderen al echte kinderhuizen waren gebouwd, terwijl alle volwassenen nog in tenten woonden.
„Het is hier in 't begin ook moeilijk geweest, — maar zó, — nee.”
Dat was zijn refrein telkens: zó heldhaftig als deze mensen, — nee, zó waren zij zelf niet geweest, zelfs in het allereerste begin niet.
„Het lijkt wel op wat ze in de Emek Jizreél hebben gedaan, zesentwintig jaar geleden,” zei R’oevén. „Weet jullie nog,” — tegen zijn eigen troepje, — „toen we die tocht door de Emek maakten, die rijkdom van oogst, en die prachtige velden, en die koeien op stal, en die goede wegen? En toen vertelde ik jullie, hoe het er in 't begin had uitgezien, met moerassen, waar de malaria-muggen woonden en de meesten ziek maakten, en met rondtrekkende roverbenden, en hoe het een waanzin had geleken, daar iets te beginnen, en tóch waren ze begonnen. Het lijkt op wat ze in de Emek hebben gedaan, — maar dit, in de Negev, is erger,”
Hij lachte even.
99