354 NAPOLEONS LAATSTE LEVENSJAREN
saris. Vervolgens las de kapitein Alexander, in zijn kwaliteit van vertegenwoordiger van den gouverneur van St. Helena een verklaring voor, die hij daarna eveneens aan den Franschen commissaris overhandigde, waarin was neergeschreven: „qu’il était düment constaté que les restes mortels de feu Napoléon avaient été déposés et renfermés avec soin dans le présent sarcophage; que les dits restes mortels allaient être dirigés, sous les ordres personnels de son Excellence, le major-général Midd-lemore, gouverneur de 1’ïle, vers le lieu d’embarquement, oü ils seraient remis a la disposition du gouvernement franpais.”
De Fransche commissaris nam de kist in ontvangst en verklaarde zich bereid, evenals de personen deden, waaruit de Fransche commissie bestond, deze te vergezellen naar de reede van James Town, waar de prince de Joinville zich zou bevinden om haar, in naam van Frankrijk, over te nemen. Nadat deze formaliteiten waren vervuld, werd de kist, die 1200 kilogram woog, op een lijkwagen — door het Engelsche bestuur van St.-Helena in gereedheid gebracht — geplaatst, met den keizerlijken mantel gedekt en onder bevel van den gouverneur van St. Helena, die — niettegenstaande hij ziek was — toch bij de plechtigheid had willen tegenwoordig zijn, naar James Town geleid.
Boven de kist ‘plaatste men een baldakijn van violet fluweel, waarin een groot zilveren kruis en bijen waren geweven, waarover de keizerlijke mantel, die men uit Frankrijk had meegenomen. met een gouden rand en overal verspreid een „N” en de keizerlijke adelaar. Rondom het geheel was een breede rand van hermelijn.
Op het berg-plateau stonden de troepen te wachten, die de eere-stoet zouden vormen: 220 volontairs openden de stoet; daarop volgden 140 soldaten van het 91ste regiment; vervolgens kwam het muziekcorps der volontairs. De priester voorafgegaan door twee koorknapen, liep daarachter en achter hem reed de lijkwagen, door vier paarden getrokken, gedekt met zwart en aan de hand geleid door een persoon in diepen rouw. De koorden werden door Bertrand, Gourgaud, Las Cases en Marchand gedragen.
Onmiddellijk achter de lijkwagen liepen de vroegere bedienden van den Keizer: Saint Denis, Noverraz, Pierron en Archambaud. Langs de wagen, aan iederen kant één rei, gingen artilleristen en achter de bedienden nog 40 soldaten, die behulpzaam moesten zijn de wagen, op de hellingen tegen te houden. Vervolgens