Napoleons laatste levensjaren

Titel
Napoleons laatste levensjaren

Jaar
1916

Pagina's
374



348

NAPOLEONS LAATSTE LEVENSJAREN

L’art élèvera sous le döme, au milieu du temple consacré par la religion au Dieu des armées, un tombeau digne, s’il se peut du nom qui doit y être gravé. Ce monument doit avoir une beauté simple, des formes grandes et eet aspect de solidité iné-branlable qui semble braver 1’action du temps. II faudrait a Napoléon un monument durable comme mémoire.

Le crédit que nous venons demander aux chambres a pour objet la translation aux Invalides, la cérémonie funèbre, la con-struction du tombeau. Nous ne doutons pas, messieurs, que la chambre ne s’associe avec une émotion patriotique a la pensée royale que nous venons d’exprimer devant elle.

Désormais la France, et la France seule, possédera tout ce qui reste de Napoléon. Son tombeau comme sa renommée n’appar-tiendra a personne qu’a son pays. La monarchie de 1830 est en effet 1’unique et légitime héritière de tous les souvenirs dont la France s’enorgueillit.

II lui appartenait, sans doute, a cette monarchie qui, la première, a rallié toutes les forces et concilié tous les voeux de la révolution frangaise, d’élever et d’honorer la statue et la tombe d’un héros populaire, car il y a une chose, une seule, qui ne redoute pas la comparaison avec la gloire, c’est la liberté!”

Het wets-ontwerp, waarbij een crediet van een millioen francs werd aangevraagd, werd goedgekeurd en aangenomen. Een zoon van Louis Philippe, die op dat oogenblik als kapitein het bevel over het fregat „La Belle Poule” voerde, de prince de Join-ville, werd de aangewezen man geacht om met zijn schip naar St. Helena te gaan en de daad van piëteit te vervullen, waarop Frankrijk wachtte. In verwatenheid en domme zelf-overschatting, durfde hij schrijven: „qu’il n’était nullement flatté du métier de croque-mort qu’on 1’envoyait exercer dans 1’autre hémisphère!”

Wèl had de commissie, belast met het bestudeeren van het wetsontwerp, het princelijk fregat onvoldoende gevonden om den grooten Keizer de laatste eer te bewijzen en had een geheel eskader gevraagd om naar St. Helena te gaan, terwijl zij eischte, dat de geheele overige vloot het eskader aan de Fransche kust zou ontvangen, doch één schip werd voldoende geacht. Ook had zij gevraagd, dat het overschot van den Keizer op Fran-schen bodem naar Parijs zou worden overgebracht in een stoet zóó grootsch en plechtig als nog nooit zou zijn aanschouwd en stelde, bij monde van den maréchal Clauzel, voor, dat het zou worden bijgezet in de Döme des Invalides, waar het alléén zou

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.