Napoleons laatste levensjaren

Titel
Napoleons laatste levensjaren

Jaar
1916

Pagina's
374



NAPOLEONS LAATSTE LEVENSJAREN 335

hoofdpijn en braakt verscheidene keeren. Toch bleef Arnott even optimist. Dien zelfden dag schreef Reade aan Hudson Lowe, nadat hij Arnott had gesproken, dat deze hem had meegedeeld, den generaal Bonaparte nooit bij zijn bezoeken in den toestand te hebben gevonden als Antommarchi hem vertelde; dat hij van oordeel was, als zou de ziekte van den generaal niet ernstig zijn en meer van moreelen dan van lichamelijken aard. Hij had dan ook den comte Bertrand kunnen verzekeren, dat er geen gevaar bestond en had den generaal aangeraden op te staan en zich te scheren. De generaal had gezegd, dat hij zich op het oogenblik te zwak gevoelde, doch dat hij zich zou scheren, zoodra hij zich wat sterker gevoelde. Hij heeft een lange baard en dat geeft hem een verwaarloosd uiterlijk. Dat Arnott hem op zijn vraag of de generaal mager was geworden, geantwoord had, dat dit niet het geval was; dat hij hem herhaaldelijk de pols voelde, doch dat zijn arm even krachtig en even dik als de zijne was; dat hij niets buitengewoons bij hem kon vinden dan zijn bleeke, lijkachtige kleur. Hij was er dien morgen bij geweest, dat de generaal braakte en dat was het eerste abnormale verschijnsel, dat hij had opgemerkt; overigens, veel was het niet, dat hij gebraakt had.

Den volgenden dag, den 7den April, voelde de Keizer zich iets beter. Hij stond op, schoor zich en zette zich daarna in zijn leunstoel, waar hij de couranten uit Europa begon te lezen. Daarna verzocht hij Bertrand hem het testament te brengen, dat hij reeds in 1819 was begonnen; hij las het door, doch vond het niet goed en wierp het in het vuur. De daarop volgende dagen voelde hij zich te ziek om aan een nieuw testament te beginnen en pas den 13den April heeft hij kracht genoeg om zich tegen zijn lijden te verzetten — steeds hetzelfde, doch dat voortdurend erger wordt: koorts, gepaard met zulk geweldig transpireeren, dat de Montholon hem, bijgestaan door Marchand, in den nacht van den 12den op den 13den April, zeven maal van schoon goed moet voorzien, hevig braken en voortdurend zwakker voelen — en staat tegen den middag op, om zich gedurende twee a drie uur met de Montholon op te sluiten en zijn testament te dicteeren. Hij verzoekt de Montholon, het in het net te willen schrijven, opdat deze het hem, na een paar dagen, op zijn beurt zal kunnen dicteeren en hij het zelf op papier zal kunnen zetten. Niettegenstaande de groote vermoeidheid, die het dicteeren hem had gegeven, gevoelt hij zich den volgenden dag

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.