NAPOLEONS LAATSTE LEVENSJAREN 327
hij er over te denken om naar Europa terug te keeren, waarbij kwam, dat hij tweemaal een standje van den Keizer opliep over zijn zorgeloosheid, waardoor hij nog meer t jgenzin in zijn betrekking kreeg. Den eersten keer — volgens zijn eigen zeggen — op den 5den Oktober. Hij wilde den Keizer een paar trekpleisters zetten, één op iederen arm. De Keizer weigerde eerst: „Pensez-vous, zeide hij tot hem, que M. Lowe ne me martyrise pas assez sans que vous vouliez en avoir votre part ?” ... maar gaf eindelijk op aandringen van Bertrand en de Montholon toe. In plaats van de plekken, waar hij de trekpleisters wilde aanhechten, eerst te scheren of den pleister een ovalen of ronden vorm te geven, zooals dat toen ter tijd gebruikelijk was, plakte hij ze zoo maar op ’s Keizers armen, met dat gevolg, dat zij den Keizer den geheelen dag geweldig hinderden en hij moeilijk zijn armen kon bewegen. Reeds had deze eenige keeren laten vragen of Antommarchi bij hem wilde komen, doch deze was, zonder te waarschuwen, uitgegaan en was nergens te vinden. Eindelijk, toen hij weer op Longwood terug was, liet hij zich bij den Keizer aandienen en vroeg hem, hoe hij zich onder de werking der trekpleisters bevond. „Je ne sais pas, antwoordde deze hem. Laissez-moi tranquille. Vous me posez des vésicatoires qui n’ont pas de forme, vous ne rasez pas la place avant de les appliquer; on ne le ferait pas pour un malheureux dans un höpital. II me semble que vous auriez bien pu me laisser un bras libre sans me les entreprendre tous les deux. Ce n’est point ainsi qu’on arrange un pauvre homme.” En toen Antommarchi iets wilde antwoorden, viel hij hem in de rede en zeide: „Allons, vous êtes un ignorant et moi un plus grand encore de m’être laissé faire”. Toch hadden de pleisters hun uitwerking gedaan, die men er van had verwacht. Of het toeval was of iets anders, de eetlust van den Keizer was eenigszins teruggekeerd. Na een maand echter had de uitwerking weer geheel opgehouden.
De Keizer leed aan een toenemende zwakte; de lucht hinderde hem; zijn eetlust was weg en het eenige voedsel, dat hij gebruikte, was een weinig vleeschsap. Wanneer Antommarchi bij hem kwam, ontving hij hem, zonder hem één woord te zeggen van wat hij voelde. Deze, die eindelijk den toestand van den Keizer ernstig begon in te zien, waarschuwde de Montholon en den grand maréchal en voorspelde, dat — wanneer de Keizer op denzelfden weg voortging — hij geen drie maanden meer te