NAPOLEONS LAATSTE LEVENSJAREN 325
wijl er van Napoleon met den titel van „Keizer” in werd gesproken!
Den 18den September ’20 maakte hij voor het eerst, na vier jaar, een korte wandelrit buiten het gebied, dat hem vroeger was toegewezen, doch was daarna zóó vermoeid, dat hij den geheelen volgenden dag te bed moest blijven. Den daarop volgende maand beproefde hij een langere wandelrit te doen, naar een plaats van het eiland, die hij zich uit het begin van zijn gevangenschap herinnerde en die hij wilde weerzien.
Den 4den October, ’s morgens om zeven uur, begaf hij zich, vergezeld van Bertrand, de Montholon, van den pikeur Archam-baud en van een drietal bedienden op weg en kwam, na een paar uur rijden aan het huis van een der oudste bewoners van het eiland, Mr. Doveston, aan, die onmiddellijk — in zijn tuin gezeten — den Keizer herkende aan diens uniform zijn bekende steekje en het schitterend harnachement van zijn paard en die, op verzoek van de Montholon of de Keizer eenigen tijd bij hem mocht uitrusten, dadelijk zijn geheele woning voor hem beschikbaar stelde. Napoleon was zeer vermoeid en moest op den arm van Bertrand leunen om de stoep te kunnen opgaan. Hij werd het salon binnen geleid, waar hij zich zoowel met de kinderen als met de echtge-noote van zijn gastheer, zoo goed en kwaad als het ging — wijl geen van hen Fransch verstond of sprak — bezig hield. Hij noodigde daarna zijn gastheer uit, met hem en zijn gevolg, buiten op het grasveld het déjeuner te gebruiken, dat de bedienden in een mand hadden meegebracht. Of het door de baroque, eenigszins droeve omgeving was, of wel doordat de Keizer» zich te vermoeid gevoelde, er bleef gedurende het déjeuner een trieste, melancholieke stemming heerschen en hij bleef slechts een paar uur bij zijn gastheer, om, zoodra men den weg, dien voor het rijden in een voertuig geschikt was, had bereikt, van zijn paard te stijgen en in zijn rijtuig, dat hij van Longwood had laten ontbieden, naar huis te rijden. Toen hij te Longwood aankwam, was hij zóó vermoeid, dat hij tusschen Bertrand en Montholon en door hen beide ondersteund, naar zijn kamer moest gaan. Deze tocht naar Sandy Bay was de laatste wandelrit die de Keizer maakte. Daarna deed hij nog een paar korte ritten te paard en een paar korte tochtjes per rijtuig, doch het vermoeide hem te veel. In de laatste maanden van 1820 ging zijn gezondheid zichtbaar en snel achteruit.
In November begonnen — waar hij tot nu toe nu en dan